Aankomst op Schiphol
Ongeveer vijf uur later, begon het vliegtuig weer te dalen, maar die vijf uur weet ik alleen omdat ik op internet heb opgezocht hoelang het vliegen is van Beiroet naar Amsterdam.
Van de vliegreis zelf herinner ik me eigenlijk vooral dat m'n oren zo'n beetje de hele reis dicht zaten en geen slikken of anderszins hielp daar tegen. Halverwege ergens werd er nog wel een broodmaaltijd geserveerd en, ohh ja, ik meen me ook een paar besneeuwde bergtoppen te herinneren waar we overheen zijn gevlogen.
Zolang je op kilometers hoogte zit, zie je verder eigenlijk niets van het land waar je overheen vliegt. Dat is namelijk kilometers ver weg.
Uiteindelijk, toen de landing boven Nederland werd ingezet, moest iedereen weer op z’n plek gaan zitten en kon ik, met het bepekte zicht dat ik vanaf mijn plek langs het middenpad had, niet veel meer van Nederland zien dan een erg vlak en in keurige rechthoeken verdeeld land dat doorkruist werd met brede snelwegen.
Van de pure, ruwe ruimte van het zuid Libanese hoogland, van alles dus waarin ik me, de voorgaande maanden zo thuis had gevoeld, was terug in Nederland, helemaal niets meer te bekennen.
Ik was me echter wel pijnlijk bewust van het feit dat wat ik zag me eigenlijk een gevoel van thuiskomst en vertrouwdheid zou moeten geven.
Toen echter het vliegtuig eenmaal landde op een keurige landingsbaan omringd met erg nette en onnatuurlijk strak, kort gehouden grasborders, bleek ik toch definitief weer terug te zijn in het land waar ik vandaan kwam. Het was echt zo. Er was echt geen ontkenning meer mogelijk en dat vond ik, om het maar even een beetje netjes te zeggen, niet zo leuk.
Toen we eenmaal stilstonden, gebeurde er in eerste instantie nog even helemaal niets, maar na wat wachten bleek het moment van uitstappen, aangebroken te zijn en heb ik maar “gewoon”, net als alle anderen, m'n handbagage uit het bagage vak boven mijn hoofd gepakt en ben ook ik maar gewoon, achter iedereen aan naar de uitgang aan de de voorkant van het vliegtuig gelopen.
Eigenlijk maakte op dat moment al alleen ons uniform van ons nog een militaire eenheid. Die hele dag al, waren we steeds meer gestript van alles wat van ons, militairen op een actieve inzet had gemaakt en dat was die ochtend al begonnen toen ik mijn persoonlijke wapen op de post had moeten achterlaten. alleen toen ik aan dat uitstappen begon, had ik me tenminste nog wel een lid van een militaire eenheid gevoeld. Toen echter voor in dat vliegtuig, een stewardess ons, allemaal afzonderlijk links af een gang in wees en een goede voorzetting van de reis wenste, begon dat gevoel toch echt te verbrokkelen.
De gang waar ze me in had gewezen, maakte na een paar meter een flauwe bocht en daardoor besefte ik dat ik al in een zogenaamde "Vliegtuigslurf” liep. Ik was dus daar, bij die stewardess, heel onopvallend het vliegtuig uitgestapt
In Libanon waren we tenminste nog gewoon van buiten, met een verrijdbare trap het vliegtuig ingestapt maar natuurlijk moest zoiets in Nederland veel luxer gebeuren.
Met iedere nieuwe stap die ik na dat besef zette, leek de wereld om me heen alleen maar vreemder en vooral afstandelijker te worden en met een groeiende drang om alles wat ik om me heen zag te ontkennen volgde ik wel gewoon de jongens die voor me liepen.
Zolang ik nog onderweg was, kon ik alles nog, letterlijk en figuurlijk van een afstand bekijken maar eenmaal aangekomen op Schiphol met z'n die veel te keurige en verzorgde wereld met z’n vele ongebroken glasoppervlakten, z'n keurig schone en glanzende vloeren, veranderde alles.
Op een gegeven moment stonden we daar zelfs op een lopende band, zodat we niet eens meer zelf hoefden te lopen. Het gaf me het gevoel dat ik ergens onderweg in zo'n neppe sciencefiction filmwereld was beland.
Als je er dan bij bedenkt dat ik het door oorlog geteisterde Beiroet al had ervaren als een vreselijk moderne voorbode van een wereld waarna ik nog helemaal niet terug wou, besef je misschien ook een beetje dat ik die aankomst op Schiphol als heel veel erger heb ervaren dan die op Beiroet.
Die zelfde ochtend, toen ik wakker werd, had ik namelijk nog gewoon met acht maten, een gewapende legereenheid gevormd op een kleine militaire post in een rotsig hoogland waar ik me volkomen thuis had gevoeld.