Libanon

Libanon

Verhaal menu

Een overgang naar anonimiteit


Natuurlijk had ik voor m'n vertrek naar Libanon al geweten dat er, voor mij, bij m'n terugkomst niemand zou zijn om me van Schiphol te halen. Dat m’n vriendin er niet voor me kon zijn vond ik nog logisch. Ze zat namelijk in haar examenjaar op een Drents VWO en het daar dus druk mee. 

Mijn ouders, die toen nog in een dorp in Brabant woonden, hadden tijd genoeg om mij op te komen halen, maar m’n vader ging absoluut niet naar dat, volgens hem, vreselijke Amsterdam. "Het is één grote rotzooi daar” Had hij voor m'n vertrek nog uitgebreid verklaard op de wereldwijze toon van iemand die nog nooit in een grote stad is geweest. Het was ook niet mogelijk om hem te overtuigen dat, dat helemaal niet zo is en vooral dat je helemaal niet door Amsterdam hoeft om bij Schiphol te komen maar pa was onverzettelijk gebleken over alles wat met Amsterdam te maken had. Mijn moeder was wel de gene met het rijbewijs in ons gezin, maar ze mocht van m'n vader, al zeker niet alleen gaan. Dat zou ze anders zeker wel gedaan hebben.

Eigenlijk had ik ook helemaal niets te klagen. Ik had, voor mijn vertrek naar Libanon, zelf nog gezegd dat ik bij thuiskomst wel "gewoon" met de trein naar huis zou gaan, ik had daar alleen niet bij bedacht dat die zogenaamd gewone treinreis bij terugkomst misschien helemaal niet zo gewoon zou zijn. 

Net in die aankomsthal aangekomen, had ik, heel praktisch, al wel gezien hoe ik naar de treinen zou kunnen. Alleen toen waren er dus eerst nog al die langdradige formaliteiten geweest om te ondergaan. Formaliteiten die tenminste voor mij het enige welkom thuis zouden blijken te zijn. 

Daarna kwam er tijd vrij voor die familie en geliefden die er voor mij dus helemaal niet waren en op dat moment leek het hele leger me ook onmiddellijk en totaal vergeten te zijn waar ik eigenlijk ook niet teveel over moet klagen. Ik had, voor mijn vertrek naar Libanon namelijk zelf nog gezegd dat ik bij m'n thuiskomst wel "gewoon" met de trein naar huis zou gaan, dat die zogenaamd gewone treinreis bij terugkomst misschien wel helemaal niet meer zo gewoon zou zijn, had ik daar toen alleen nog niet bij kunnen bedenken. 


Omdat er voor mij dus echt niemand bleek te zijn, ben ik toen maar, in eerste instantie nog een beetje besluiteloos, samen met Jan naar zijn ouders gelopen. Jan had in Libanon ook bij mij op de post en in het vliegtuig naast me gezeten, en en zijn ouders waren erg verbaast toen ze hoorden dat ik helemaal niet, van Schiphol werd opgehaald maar met de branie van een jongen van net twintig, heb ik toen maar tegen hen gezegd, dat ik gewoon met de trein naar huis zou gaan. Iets wat op het moment dat ik dat zij echter, alles behalve gewoon voelde.

Na nog wat beleefd gekeuvel namen Jan en ik uiteindelijk gewoon luchtig afscheidt met een "we bellen wel" waarna ik me heb omgedraaid en, met mijn weekendtas, m’n radio en m'n ziel onder de arm in de richting van die trap voor de treinen ben gelopen. 

Tot op dat moment had ik me nog een lid gevoeld van een militaire eenheid, maar door alleen, door die drukke aankomsthal naar de trap van een treinperron te moeten, voelde ik me ineens een anonieme bijkomstigheid tussen allemaal blije ontmoetingen en met een zwaar gevoel van ellende ben ik toen, als enige en helemaal alleen, in de richting van die trap gelopen.


Verder lezen