Anonimiteit en vervreemding


Ondertussen waren we, na een tocht langs allemaal vreselijke moderniteit, in een grootte hal aangekomen waar ik, achter een glazen wand, allerlei mensen zag staan, die uitbundig begonnen te zwaaien toen ze ons zagen. Voor ons was er echter eerst nog wat officieel militair protocol, dat absoluut eerst moest worden afgehandeld. 

Wij moesten ons dus eerst weer netjes, in rijen uitrichten zodat we met het “Geeft acht” commando, keurig in "de houding” konden worden gecommandeerd en omdat we goed gedrilde militairen waren, stampten wij toen dus maar weer, met één zekere klap, allemaal keurig tegelijk in die houding. In mijn herinnering beefde het hele gebouw toen van de Klap. 

Natuurlijk moest er toen ook eerst nog weer zo'n vreselijke toespraak worden ondergaan. Ik denk niet dat daar veel van ons echt naar geluisterd hebben. Van de jongens die achteraan stonden, stonden er velen, ondanks het strakke militaire protocol, gewoon te kijken naar de mensen die daar achter die glazen wand stonden en wezen als ze iemand herkenden. Om me heen hoorde ik ook geluiden van herkenning. Ergens vlakbij zij iemand: Hé, kijk nou, daar heb ie... (Ik stond dus ook achteraan.) Voor mij waren al die mensen echter volslagen vreemden en allesbehalve gewoon. Toen ook het laatste toespraken gedoe achter de rug was moest er eerst nog een tassen controle moest worden ondergaan waardoor me ook nog even fijntjes werd duidelijk gemaakt dat we dan misschien wel, goed genoeg waren geweest om in Libanon de Libanezen te controleren, maar dat we zelf, in ons eigen land voor geen meter vertrouwd werden. Zo werd me ook even duidelijk gemaakt dat alles wat ik in de voorgaande maanden was geweest, er in Nederland, niet meer toe deed.


Voor m'n vertrek naar Libanon, had ik al geweten dat er bij m'n terugkomst, niemand voor mij zou zijn om me van Schiphol te halen. M’n vriendin kon er niet zijn omdat ze in haar examenjaar op een Drents VWO zat en het daar dus druk mee had.

Mijn ouders, die in een dorp in Brabant woonden, hadden wel tijd genoeg om mij op te komen halen, maar m’n vader ging absoluut niet naar dat, volgens hem, vreselijke Amsterdam. "Het is één grote rotzooi daar” Had hij voor m'n vertrek nog gezegd op de wereldwijze toon van iemand die nog nooit in een grote stad is geweest. Het was ook niet mogelijk om hem te overtuigen dat, dat helemaal niet zo is en vooral dat je helemaal niet door Amsterdam hoeft om bij Schiphol te komen, Pa was echter onverzettelijk gebleken over alles wat, al was het maar vaag, met Amsterdam te maken had. Mijn moeder was wel de gene die het rijbewijs in ons gezin had, maar ze mocht van m'n vader, al zeker niet alleen gaan. Dat zou ze anders zeker wel gedaan hebben.


Nu, vierenveertig jaar naar dato die geschiedenis van een afstand bekijkend, zie ik een dienstplichtige militair van net 20 die naar Nederland terug komt na z'n gewapende inzet in het midden oosten, zijn vader die beslist niet naar Amsterdam wilde om z'n zoon van Schiphol te halen en z'n vriendin die een idealistische en erg antimilitaristische Nederlandse scholier van bijna 18 jaar was, die haar middelbare schoolexamen nog moest afronden.

Toen ik laatst echter even op het internet het landelijke VWO examen schema van 1982 opzocht stond daar echter dat er in de weken van mijn terugkomst helemaal geen VWO examens waren. Zij was echter een scholier met principes en die scholier wilde beslist niet als een soldatenliefje worden gezien.

Zowel m'n ouders als m'n vriendin hadden op dat moment dus wel tijd om me op te komen halen maar blijkbaar was ik voor niemand belangrijk genoeg om daarvoor even zijn bezwaren opzij te zetten.

Tegen mijn ouders had ik voor mijn vertrek naar Libanon echter al gezegd dat ik bij thuiskomst "gewoon" met de trein naar huis zou gaan, alleen dat ik die trein op dat moment helemaal niet meer als gewoon zou ervaren wist ik toen natuurlijk nog niet.


De douane man die mij toen controleerde keek in mijn tas en vond daar natuurlijk de Russische bajonet, die ik in Libanon van een handelaar had gekocht. Die had ik namelijk gewoon bovenop de bagage in m'n tas liggen.

Hij stopte hem echter met een grijns en een vage opmerking over het lemmet, dat volgens hem net niet te groot was, (Niet echt, groter dan z’n hand dus.) gewoon weer terug in m’n tas.

Door dat hele gedoe leek het erop dat men er rekening mee hield dat we misschien wel een stel criminelen konden zijn in plaats van militairen die in het Midden-Oosten hun land hadden vertegenwoordigd. Het was dan ook echt geen welkom thuis.


Net in die aankomsthal aangekomen, had ik, heel praktisch, al meteen gezien dat ik vandaar rechtstreeks naar de treinen zou kunnen afdalen. Alleen toen was er eerst nog dat officiële gedoe geweest. 

Toen dat eindelijk allemaal gedaan was, kwam er tijd voor de familie en geliefden die al die tijd hadden staan wachten, maar omdat ik dus al wist dat daar voor mij echt niemand bij was, ben ik toen maar, een beetje besluiteloos nog,

met Jan V meegelopen naar zijn ouders.

Jan had in het vliegtuig naast me en in Libanon, ook bij mij op de post gezeten. Toen zijn ouders echter merkten dat ik helemaal niet, van Schiphol werd gehaald, reageerden zij erg verbaast.

Met de branie van een jongen van net twintig, heb ik toen nog tegen hen gezegd, dat ik gewoon met de trein naar huis zou gaan maar dat, vooruitzicht voelde op dat moment, alles behalve gewoon. Na nog wat beleeft gekeuvel namen Jan en ik echter luchtig afscheidt van elkaar "Je hebt m'n nummer? Goed, we bellen wel."

Daarna heb ik me omgedraaid en ben ik, uiteindelijk helemaal alleen, met m'n weekendtas, m’n radio en m'n ziel onder de arm, in de richting van die al eerder gespotte trap naar de treinen gelopen.

Om me heen zag ik overal blije ontmoetingen tussen mijn maten en hun ouders en geliefden, maar voor mij was er alleen die trap naar de treinen geweest om me te verwelkomen. Daarom liep ik maar, met een gevoel dat ik ineens gedegradeerd was tot een anonieme bijkomstigheid, tussen al die ontmoetingen door in de richting van die trap.

Als de enige militair die door echt helemaal niemand werd verwelkomd, zette ik toen de eerste stap op de bovenste trede van die trap en zo begon ik hem af te dalen. Nog zo lang mogelijk omkijkend, zag ik terwijl zij met hun, wel aanwezige families en geliefden, uit het zicht verdwenen dat er echt niemand naar mij omkeek.


Onder aan die trap kwam ik aan op een treinperron en natuurlijk wist ik heel goed dat ik zo'n perron, voor Libanon, nog heel gewoon had gevonden maar op dat moment gaf het me alleen maar een gevoel van terug in de tijd gaan. Het voelde alsof  ik een oude foto was ingewandeld. Een foto van zo'n treinperron dat ik vroeger nog heel gewoon had gevonden. Zo'n treinperron waar overal, veel te kleurige en drukke reclameposters om aandacht schreeuwden. 

Een treinperron ook, waar in een onbestemd tl licht, wat gewone mensen in gewone kleding, gewoon op een ongetwijfeld voor hen gewone trein stonden te wachten.

En ik, ik keek daar maar gewoon, met het gevoel dat er ineens niets meer van m'n wereld klopte op een bord met vertrektijden om te zien dat er snel, zo'n gewone trein richting Utrecht zou komen. 

Het voelde zo vreemd dat ik op die zo vreemde plek blijkbaar gewoon wist hoe alles werkte en ik was blij dat op dat moment tenminste, m’n militaire kleding me nog een beetje van al die gewonen onderscheidde, maar m’n blauwe baret deed ik, met een heel vreemd gevoel wel van m'n hoofd en stak hem opgerold in m'n broekzak. Waarom. ik dat, deed weet ik niet en ik had er ook meteen spijt van maar ik liet hem dus wel in die broekzak zitten.

Het was de eerste van vele handelingen die me uiteindelijk zouden reduceren van die gerespecteerde militair in het Libanese hoogland, tot een gewone jongen met een brommer in Nederland. In gedachten vluchtte ik toen maar snel weer terug naar die wereld in Libanon waar alles tenminste nog vertrouwd was.

"Ik zit op wacht en luister, via de radio, naar een bericht dat er een paar schoten .50 zijn afgevuurd over post 7-1 aan de kust. Zelf meld ik een Zuid-Libanese "halftrack" Een truck met aan de voorkant gewone wielen en aan de achterkant rupsbanden. (de tracks) die net, met een paar gewapende mannen bij de Libanese post Tango aan de overkant is aangekomen."


Dat was echt veel meer mijn wereld dan het land dat zich hier, terug in Nederland aan me opdrong. Een land dat beslist niet minder vreemd werd toen ik daar maar gewoon in de ondertussen aangekomen trein naar Utrecht stapte.

Die zelfde ochtend nog, was ik wakker geworden in een barak, op een heuvel in zuid Libanon. Daar waar legeruitrusting en geladen wapens, nog een vanzelfsprekend onderdeel van m'n leven waren. Daar was echter die ochtend wel al de vreselijke overgang naar dat leven als burger in Nederland, begonnen en in de loop van de dag was, het militair zijn langzaam steeds een beetje meer gestript.

Er klopte voor mijn gevoel dan ook helemaal niets van, om als enig overgebleven en ongewapende soldaat, tussen allemaal gewone burgers naar een zogenaamd thuis te moeten reizen.

achteraf vraag ik me ook af of m'n maten die wel van Schiphol werden gehaald ook zo'n gevoel van vervreemding hebben ervaren bij hun thuiskomst.