Na nog zo'n uitgebreide welkomsttoespraak, deze keer van onze eigen kapitein, werden we vanaf post 7-4, met een ooit witte YP, (Een achtwielig pantservoertuig dus.) de ruwe heuvels in gebracht.
Van de laatste huizen, voordat we het dorp weer echt uitreden, waren alleen nog ruïnes over en Iedere keer dat we daar, langs de achter gebleven bergen steenpuin, reden of liepen, kwamen we langs een blauw/wit gekleurde tegelvloer die als een glimp vergane glorie, wanhopig probeerde om nog een indruk te wekken van voorbije tijden. We zaten daar trouwens ook iedere nacht een uur te waken, maar ik weet eigenlijk niet wat dat ooit geweest kan zijn. Toen ik nog in Libanon was, ging ik er van uit dat het een ruime villa van een rijkere Libanees was geweest. Maar misschien hoorde die vloer wel bij een badhuis waarvan alleen die vloer en wat stukken muur nog restte. Misschien was het dat laatste. Waarom heb ik daar, toen ik daar nog was, eigenlijk nooit verder over nagedacht?
Een klein stukje verder lag, naast een eenzame, knoestige oude Libanese ceder boom, een verroest autowrak te vergaan bij het laatste restje van wat je nog een verharde weg zou kunnen noemen. Daar leek ook meteen alle beschaving op te houden en reden we een onverhard, verbreed geitenpad op, en een kaal glooiend ruw heuvellandschap in.
Met alleen hier en daar wat droge struikjes was daar, als daar niet dat opgedroogde modderpad tussen de rotsblokken was geweest, niets meer te zien dat zelfs maar een schijn van beschaving zou kunnen wekken.
Mijn eerste bewuste gedachte toen we daar die eerste keer reden was, zo zou ik wel willen wonen. Je zou het zelfs liefde op het eerste gezicht kunnen noemen.
Achteraf terugkijkend, zou ik willen dat ik toen wat meer foto’s had gemaakt van de gewone dagelijkse routes die we altijd reden. Van de vele keren dat ik daar uiteindelijk gereden heb, heb ik geen foto’s. In die tijd was het, zeker voor mij nog helemaal niet gewoon om overal foto’s van te maken. Foto’s maakte je toen namelijk met een analoog fototoestel met een fotorolletje erin en als je dat rolletje vol had, moest je het eerst laten ontwikkelen en afdrukken bij een fotograaf, om überhaupt te kunnen zien wat je nou eigenlijk precies op die foto had staan. Soms mislukten foto's ook gewoon. Ik heb dan ook, niet zo veel spontane snapshots of foto’s van gewone dagelijkse dingen als ik graag zou willen. Tijdens die eerste rit zat mijn fototoestel zelfs nog ergens in m’n handbagage en het kwam niet eens bij me op om dat al neteen uit te pakken. Ik ben gewoon meer een type dat door een mooi landschap rijd en dan geniet van het uitzicht zonder er meteen foto's van te moeten maken.
Over m'n precieze bestemming in Libanon, was me van tevoren, niets verteld maar eenmaal aangekomen bleek die "precieze" bestemming post 7-6b of zeven-zes-bravo te heten. (Daarbij is dus Bravo, de letter b in het NAVO-spellingsalfabet, en post kort voor positie)
Het bleek een onopvallende post, in dat kale en ruwe heuvellandschap te zijn, waar we werden verwelkomd door een paar gebruinde mannen in verweerd legergroen. In die voor mij nog nieuwe omgeving, bewogen zij zich voort met een vanzelfsprekendheid die je alleen krijgt als je al maanden ergens je taak hebt verricht.
Zelf was ik op dat moment nog de onervaren, in keurig splinternieuw legergroen gestoken soldaat met glimmend gepoetst schoeisel aan m’n voeten. Tot vlak voor vertrek naar Libanon hadden we nog in oeroude legerkleding gelopen die nooit goed gepast had, dus ik was blij geweest dat ik eindelijk de echte Libanon pakken had gekregen voor vertrek naar Libanon. Het zat allemaal ook veel beter dan die ouwe rommel.
Wij, de eersten van de nieuwen, kregen een week de tijd om van onze voorgangers te leren hoe het dagelijkse leven in Libanon in z'n werk ging. Na die week zouden zij naar Nederland vertrekken en zou de rest van ons in Libanon aankomen. Dat hele proces werd een “rotatie” genoemd en, voor de mensen die dat alles hadden moeten regelen, was dat ongetwijfeld een enorme logistieke operatie geweest die ik, mij totaal niet bewust van al dat geregel, maar gewoon onderging. Tegen ons werd ook sowieso niet over dat soort organisatorische kwesties gesproken. Ik denk omdat wij gewoon het voetvolk waren dat je gewoon ergens naartoe stuurt. Niet belangrijk genoeg om alles te moeten weten. Meestal wordt een gewone soldaat met vooral een opdracht ergens neergezet zonder hem echt in te lichten over het doel van die opdracht en zo was het ook met ons gegaan. Zo'n gewone soldaat hoeft je blijkbaar niet in te lichten over het precieze doel van z'n opdracht.
In de maanden die ik vervolgens in Libanon ben geweest, had ik er trouwens ook geen idee van hoe de hele situatie daar nou echt in elkaar stak. Nou geloof ik niet dat iemand echt het complete overzicht had in die "Palestijns - Israëlisch - Libanese chaos.