Mijn Libanon verhaal

De opleiding


In de loop van 1980 kreeg ik een oproep voor de keuring voor militaire dienst. Er was toen nog de dienstplicht en ik zelf zag het leger geloof ik als een mooie manier om iets interessants te gaan doen. M’n oudere broer had tenminste altijd mooie verhalen gehad over het leger dus dat trok mij ook wel. 

Natuurlijk werd ik goedgekeurd dus op 4 maart 1981 moest ik me melden in de “Johan Willem Friso kazerne”, helemaal in Assen. m’n vriendin was daar echter niet erg blij mee want ze was erg antimilitaristisch. Maar ja, ik was nou eenmaal dienstplichtig.

M'n vriendin had meer het idealistische idee dat het hele leger, feitelijk overbodig is. Ze was ook meer in voor de anti kernwapen demonstraties die in die tijd erg in opkomst waren.
De
"koude oorlog" heerste nog volop en de wereld leefde met zijn oost/west conflicten en de daar blijkbaar bij horende kernwapen wedloop.


M'n eerste twee maanden in het leger, waren de militaire basisopleiding. Het betekende dus veel marsen, exercitie en oefening op de hei, in de regen. Ik was de hele week van huis en alleen in de weekeinden thuis. Dat beviel me, afgezien van de gebruikelijke ongemakken van het in het leger zijn, eigenlijk best. 

Tijdens die eerste maanden werden we verder ingedeeld en toen hoorde ik dat ik boordschutter zou worden. Daarvoor moest ik dus een extra opleiding volgen. Dus terwijl de anderen verder ploeterden op de hei, was ik een paar weken in Veldhoven om te leren met de punt50 en de YP om te gaan. De YP is een achtwielig pantser voortuig met een zware Mitrailleur op het dak (de punt50). Achterin kan een groep soldaten zitten. (infanteristen vandaar dus Pantser infanterie)

Na die boordschutter opleiding ging ik weer naar Assen terug om de rest van de Libanon opleiding af te maken. Tijdens de hele opleiding waren de Russen van de Sovjet-unie altijd onze oefenvijand ivm die koude oorlog.

Zelf heb ik toen helemaal niets over Libanon geleerd. Een deel van de opleiding heb ik namelijk gemist omdat ik een brommer ongeluk had gehad en een paar weken thuis ben geweest met m’n zwaar gekneusde schouder. Toen ik weer op de kazerne terug was, vertrokken de jongens net voor de oefening “Pantserstorm” die ik toen ook heb gemist. M’n schouder was nog aan alle kanten groen en blauw dus ik hoefde niet mee naar de commando’s in Roosendaal. (Jaren later bleek m'n sleutelbeen trouwens gebroken te zijn geweest.) Ik heb toen, twee weken lang, allerlei klusjes op de kazerne gedaan en dat was, voor mij een leuke tijd terwijl m'n maten, door de commando's grondig onder handen werden genomen. 


Het Nederlandse leger leverde wel troepen aan de verenigde naties maar had in die tijd nog helemaal geen ervaring met vredesmissies. Daarom kregen wij ook die heel algemene, militaire opleiding die was gebaseerd op de grootte frontlinies uit de tweede wereld oorlog. Tijdens de oefeningen die ik wel mee heb gedaan, waren de Russen altijd de oefenvijand. We leerden dus de aanval en de verdediging vanuit kilometers lange frontlinies die zich langzaam verplaatsen. Het was dus een kwestie van camoufleren, schuttersputjes graven en posities innemen. Het ging er, bij ons alleen veel fanatieker aan toe dan bij gewone dienstplichtigen. Een van de sergeanten die ons de opleiding gaf, was bijvoorbeeld een getrainde commando. Een ander is dat later geworden. 


Op de dag dat we dan eindelijk naar Libanon vertrokken, moesten we, diep in de nacht al ons bed uit om naar Schiphol te gaan. Om zeven uur stond het vertrek van Schiphol namelijk gepland. 

Eindelijk gingen we dan echt naar Libanon toe. Ik vond het erg spannend. Sommige jongens hadden die nacht helemaal niet geslapen. Het, veel te vroege ontbijt heb ik die ochtend overgeslagen om rustig aan m’n bed uit te kunnen komen. Toen we uiteindelijk met legergroene bussen van de kazerne vertrokken, was het nog helemaal donker. Het zou m’n eerste vliegreis worden en die ging naar het middenoosten.

Share by: