In de negentiende eeuw was er in het midden oosten nog helemaal geen sprake van afzonderlijke staten. Toen maakte het nog deel uit van het Ottomaanse rijk van de Turkse sultan. Die sultan regeerde over een enorm territorium dat vrijwel het gehele Midden-Oosten en de Balkan omvatte. In de hoogtij dagen had het zelfs in het zuiden langs de kust van noord Afrika tot aan Marokko gereikt.
Het rijk was door de eeuwen heen een machtsfactor van betekenis geweest, maar in die negentiende eeuw waren de hoogtijdagen van het Ottomaanse rijk allang voorbij. Het verval zou doorzetten en dat heeft uiteindelijk geresulteerd in de verdeling van het rijk na de Eerste Wereldoorlog (’14-'18).
De gebieden Palestina, Transjordanië en Irak werden toen als mandaat van "de volkenbond" (De voorloper van de V.N.) toevertrouwd aan het verenigd koninkrijk. De gebieden Syrië en Libanon werden toevertrouwd aan Frankrijk. (Een mandaat is de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, maar zonder de daarbij horende verantwoordelijkheid.)
De gebieden Palestina, Transjordanië en Irak werden toen als mandaat van "de volkenbond" (De voorloper van de V.N.) toevertrouwd aan het verenigd koninkrijk. De gebieden Syrië en Libanon werden toevertrouwd aan Frankrijk. (Een mandaat is de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, maar zonder de daarbij horende verantwoordelijkheid.)
De Britten hadden opdracht om in Palestina een "joods nationaal tehuis" te vormen en Joden van over de hele wereld trokken toen massaal naar Palestina, dat zij als hun "beloofde land" zagen. In de jaren tussen 1920 en 1945 vond er dus in Palestina een omvangrijke immigratie plaats van vooral Joden. Deze instroom zorgde voor de nodige spanningen in het gebied en dat leidde tot een bloedige strijd tussen joden en Arabieren. De Britten zagen uiteindelijk geen kans beide groepen in het gebied te verzoenen want zowel de Joden als de Arabieren pleegden verzet tegen de Britse bestuurders. Die zagen zich in 1947 geroepen het mandaat aan de Verenigde Naties over te dragen.
De VN riep toen, op advies van Groot Brittannië een speciale commissie in het leven om de zaak Palestina te bekijken en met een oplossing te komen. Deze United Nations Special Committee on Palestine (UNSCOP) blies een oud Brits plan nieuw leven in om ruimte te maken voor een onafhankelijke joodse staat. Het ging over een splitsing van Palestina in een onafhankelijke Arabische en een Joodse staat. Jeruzalem zou onder internationaal bestuur worden geplaatst als een soort stadstaat. (ongeveer een zelfde soort idee als de VN, na de tweede wereldoorlog met oost, west Duitsland en Berlijn deed.) Het plan werd in stemming genomen en aangenomen.
Het plan, neergelegd in Resolutie 181 („het verdelingsplan”) werd op 29 november 1947 aangenomen door de VN maar het is nooit uitgevoerd want voordat het zover kwam, brak er een burgeroorlog uit. De Joodse gemeenschap in het gebied, werd aangevallen door Palestijnse tegenstanders van het VN-plan. Voor hen was resolutie 181 onacceptabel want zij wilden het gebied waar ze al generaties lang woonden natuurlijk niet zomaar opgeven. De Joden vochten terug, wonnen uiteindelijk de strijd van de Palestijnen en vergrootten en passant het hun toegewezen gebied door de Palestijnen te verjagen.
Veel van de, uit Israël verjaagde Palestijnen (Opgedeeld in talloze fracties) vonden uiteindelijk hun toevlucht in Libanese vluchtelingenkampen maar bleven proberen om Israël te heroveren van de joden.
Libanon werd uiteindelijk een onafhankelijke republiek, toen in 1943 het Franse mandaat werd opgeheven en de staat Israël werd op 14 mei 1948 uitgeroepen door David Ben-Goerion. Op 15 mei 1948 vertrokken de Britten, één jaar na de oprichting van UNSCOP.
Nadat het Ottomaanse rijk was gevallen, kwamen Joden van over de hele wereld, massaal naar Palestina omdat zij dat als hun "beloofde land" zagen. De Jodenhaat tijdens het nasi regime heeft daar natuurlijk, in belangrijke mate aan bijgedragen. Het ging over het oude land Kanaän dat lange tijd Israël had geheten. Daarna was het eeuwenlang een woest gebied geweest dat Palestina heette.
Volgens het Joodse geloof zijn alle landen van de wereld van God. Maar er is maar één land waarvan Hij herhaaldelijk zegt: "Mijn land" en dat is de strook land tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee plus de Negev woestijn tot Eilat. Dit land, Gods eigen land, heeft Hij aan het volk Israël beloofd. God zei duizenden jaren geleden tegen Abraham: "En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot altijddurende bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn." Genesis 17:8
Er is geen belofte in de Bijbel die zo sterk wordt benadrukt. Vandaar dat men die toezegging van God aan zijn volk Israël "de landbelofte" heeft genoemd. Let erop dat er staat: "het hele land Kanaän". Dus van de Jordaan tot de Middellandse Zee. Let er ook op dat er staat: "tot een altijddurende bezitting". Ook als de Joden niet in het land zijn, bijvoorbeeld in de ballingschap, is het land voor hen bestemd.