Dingen als de computer, het internet of het mobiele telefoon verkeer, zoals we dat nu zo vanzelfsprekend vinden, waren nog een verre utopie toen ik in 1981 naar Libanon ging.
Het eerste muis gestuurde Apple Lisa besturingssysteem kwam op 19 Januari 1983 op de markt.
Windows 1.0 volgde, na veel vertraging, op 20 november 1985.
Toen ik in Libanon was, waren dus de brieven en kaartjes die tussen Libanon en Nederland op en neer werden gestuurd, voor ons dus de enige verbinding met de wereld buiten Libanon.
Voor het moderne jongvolk even deze extra terzijde: Die "brieven" waar ik het hierboven over heb, waren geschreven blaadjes papier die in een envelop werden gedaan. Voor ons werden die gewoon via het leger naar Nederland gebracht. Vanuit Nederland werden de antwoorden dan in een gewone "brievenbus" gedaan. (Die kon je toen nog op iedere straat hoek vinden.) Het antwoord werd dan via "veldpost Utrecht” naar Libanon vervoerd. De hele term digitaal bestond toen, tenminste voor mij, nog niet.
Die brieven van m'n vriendin waren in Libanon dus echt het enige contact dat ik met Nederland had en ik vond het erg leuk als er eén werd bezorgd. Zij schreef haar brieven op de manier waarop ze ook haar dagboek zou kunnen hebben geschreven. Het grootste verschil met zo'n dagboek was alleen dat er niet "lief dagboek" boven stond maar "lieve Henk". Ze gingen ook meestal over de schoolse beslommeringen van haar en haar vriendinnen. Over een wereld dus, die ik achter had gelaten toen ik in de ruwe heuvels van zuid Libanon, als deel van een zogenaamd vredesleger, m’n taak moest gaan verrichtten.
Die hele term “vredesleger” is toch eigenlijk ook één grote tegenstrijdigheid, maar daar gaat het hier niet om.
Ik voelde me in ieder geval helemaal "op m'n plek" waar ik was terwijl m'n eigen oude leven in Nederland, langzaam iets van een herinnering werd.
Onopgemerkt had ik daarbij ook een proces van verandering ondergaan, maar dat had zich zo langzaam en geleidelijk voltrokken dat ik me er, nog in Libanon, helemaal niet bewust van was.
Haar leven en ideeën werden daardoor steeds meer iets waarover ik alleen nog af en toe wat las.
In de bijna drie jaar dat ik m'n vriendin ondertussen al kende, was ik dus al eerst van een mede scholier in een fabriekswerknemer veranderd en vervolgens in een dienstplichtige militair op een missie in het buitenland. Als ik, in m’n brieven naar haar nou eens wat persoonlijker was geweest over mijn leven, had zij misschien wel een beetje met me mee kunnen groeien of de relatie kunnen beëindigen natuurlijk. Mijn brieven naar haar waren echter altijd een toonbeeld van nietszeggendheid.
Helemaal geen brievenschrijver, schreef ik als jongen ook sowieso nooit over persoonlijke gevoelens.
De uren op wacht konden, vooral ’s nachts erg lang duren, je zat de hele tijd stil op een hard, rood gelakt stoeltje in het wacht kotje terwijl het ondertussen steeds kouder werd. Stil zitten helpt dan niet echt om je warm te houden. De temperatuur kon ’s nachts, tot een paar graden boven nul dalen. Meestal gebeurde er in de, stille, nachtelijke uurtjes, helemaal niets. Soms klonken er wel wat schoten in de verte, maar daar reageerde ik op den duur nauwelijks nog op.
Tijdens die lange, stille, nachtelijke uren, als je dus alleen het altijd verder knorrende aggregaat hoorde, bedacht ik dan dingen als: "Als iedereen al z'n geld en energie nou eens zou besteden om het leven hier te verbeteren, dan zou het ongetwijfeld veel beter gaan in het midden oosten." Het punt is alleen dat zij veel liever, door het winnen van hun strijd, hun wereld verbeterden. Het moet een geruststellend gevoel zijn als je volkomen overtuigt bent dat wat je doet, de enige weg naar verbetering is. Dan hoeft je verder niet meer na te denken. Zo denken wij in het rijke westen, tenslotte ook. Het is het bekende, in je eigen straatje denken want; "zo is het nou eenmaal". Op die manier zijn toen, langzaam maar zeker, mijn ideeën over de vele conflicten veranderd. Nog in Nederland, had ik bijvoorbeeld vooral sympathie gehad voor Israël omdat dat het land was waar de joden woonden die in de tweede wereld oorlog aan de gaskamers van Hitler waren ontkomen. over Palestijnen sprak men in die tijd sowieso alleen in de hoedanigheid van terroristen.
Op een dag hield De DFF van majoor Haddad oefeningen op een paar kilometer van de post. Het was vanaf de post niet te zien maar wel prima te horen. In principe was ieder schot verboden zonder toestemming van UNIFIL maar voor een paar losse schoten werd natuurlijk nooit toestemming gevraagd. Een compleet geoefend slagveld is een heel ander verhaal. Toen we een goed half uur bij het wachtkotje hadden staan luisteren naar schoten en radio berichten, was het weer stil. Blijkbaar had UNIFIL toch wel iets te vertellen dus.
De Libanezen liepen trouwens gewoonlijk rond met volledig doorgeladen wapen en op patrouille werd het wapen vaak nog een keer extra door geladen. Dat hoort gewoon bij hun gedragspatroon. In het Nederlandse leger zou dat natuurlijk, absoluut ondenkbaar zijn. Er zou eens iemand gewond kunnen raken. Oefenen doe je hier met losse flodders en zelfs dan moet je voorzichtig zijn. Voor iedere patroon moet verantwoording worden afgelegd en iedere lege huls moet weer worden ingeleverd want iedere losse flodder is een groot gevaar voor de volksgezondheid. Zelfs het magazijn in het wapen is hier al vreemd en bij een latere UN missie mocht zelfs dat niet meer. Om met een zomaar doorgeladen wapen te lopen was dan ook absoluut ondenkbaar voor ons.
De Libanese militair had ook nooit vrije tijd en sliep in een tent. Hij had dienst van het moment dat hij in het leger ging tot het moment dat hij er weer uit mocht. Wij Nederlanders lieten een prefab bouwen en hadden wel vrije tijd. We hadden dus ook wel eens tijd om in de zon te gaan liggen luieren. Op ons kwam dat Libanese leger echter over als een zootje ongeregeld. Ze liepen met of zonder baret, pet of helm en met hun handen in de zakken van een uniform wat nauwelijks uniform was. Dat is in het Nederlandse leger dan weer ondenkbaar. Officieel tenminste wel. Wij hechten blijkbaar veel waarde aan uniformiteit, netheid en de indruk die we, bij mensen achterlaten. Ons leger representeert ons land en dat moet dus Keurig, stipt en ordelijk overkomen. Het, is dus allemaal een kwestie van prioriteiten.
Toen ik allang weer terug in Nederland was, en me beter verdiepte in de situatie waarin ik had gezeten, zag ik steeds beter de complexiteit van de conflicten die, zoals men er mee om gaat, nooit echt op te lossen zijn.
Als je bijvoorbeeld de geschiedenis terug draait, vind je in het midden oosten dat enorm, uitgestrekte gebied dat, in de loop van de geschiedenis, vele namen heeft gehad. Het heeft onder andere kanaän geheten. Een gebied dat het huidige Israël, de Palestijnse gebieden, Libanon en de westelijke delen van Jordanië en Syrië omvatte. Waarschijnlijk werd het gebied vanaf 9000 voor Christus al bewoond door groepen nomaden en enkele gemeenschappen die in dorpjes woonden. Toen de Joden echter massaal die kant op verhuisden, werd het gebied Palestina genoemd. Een gebied dat grotendeels door de Joden is ingenomen om daar op 14 mei 1948 de staat, Israël te stichten. Het was hen tenslotte door God beloofd in wat, ook in de bijbel al, “de landbelofte" wordt genoemd.
In het dorp, vlakbij de CP woonde een vrouw die de was voor ons deed. Die hoefden we dus gelukkig niet zelf te doen. We brachten de was gewoon weg en haalden hem weer op, samen met de voorraden vanaf de CP. De was werd dus prima verzorgd en we kregen alles schoon en opgevouwen terug. Ik ben ook nooit iets kwijtgeraakt in de was terwijl ze toch voor best veel van ons de was deed. Alleen alles rook een beetje typisch want ze had natuurlijk geen wasverzachters of zeep met dennen geur. Maar we zullen tegen die tijd, zelf ook wel een beetje typisch geroken hebben.
Bij die vrouw hebben we ook wel eens thee gedronken maar dat en een enkele herder of handelaar, was ook het enige contact dat we hadden met de lokale bevolking. We zaten namelijk nogal afgelegen en de Libanese bevolking ging normaal gesproken nooit het niemandsland rond onze post in. We kwamen daar dus hooguit zo'n herder tegen, die met zijn kudde geiten door het ruwe binnenland trok en af of toe een handelaar die met z’n handel in de kofferbak van een oeroude Mercedes, zover als z'n auto het redde, langs de posten reed. Die handelaar kwam echter alleen als het droog was. Z'n auto was niet geschikt voor de, anders erg glibberige rots paden.
In wat vrije uren hebben we natuurlijk ook wel ons best gedaan om de “huiskamer” op onze post een beetje gezelliger te maken. De sergeant van onze voorgangers, die de eerste "bewoners" van post 7-6b waren, had al een muurschildering in de huiskamer gemaakt en wij hadden een klein barretje gemaakt met een paar planken en wat bamboe riet dat we aan de kust hadden gehaald. Wel een alcoholvrije bar natuurlijk, want onze erg fanatieke beroeps-sergeant vond het beslist niet goed als er alcohol werd gedronken op z'n post, wat trouwens niet helemaal is gelukt want eén van de jongens had van thuis een paar flessen jus d'orange met een stevige shot laten komen. Zelf heb ik echter in Libanon geen alcohol gedronken.
Na Libanon heeft die fanatieke sergeant trouwens z’n loopbaan bij de commando’s voortgezet, waar hij het geloof ik best ver heeft geschopt. Op de meeste andere posten werd echter, natuurlijk buiten dienst tijd, wel eens een biertje gedronken maar bij ons dus niet.
De herders zwierven ondertussen dagelijks, ongestoord, met hun kuddes, door de ongerepte heuvels. Wij reden of liepen, gewapend en wel door de zelfde heuvels en als we elkaar tegen kwamen was er een vriendelijke groet over en weer. Tegen die achtergrond zijn dingen als kogelgaten en kapotgeschoten huizen, na verloop van tijd, een heel normaal bijverschijnsel. Ze horen bij het land als iets dat er altijd al geweest is en voor mij, alleen maar maanden daar, was het er ook altijd geweest. het land van voor de Libanese oorlogen heb ik namelijk nooit gekend.
Naarmate de maanden in Libanon verstreken, heeft zich bij mij, onopvallend een proces van vervreemding voltrokken. Het had gevoeld alsof ik gewoon aan het land en de omstandigheden daar wende, maar in werkelijkheid veranderde ik wel degelijk van een dienstplichtige, Nederlandse schoolverlater die op avontuur was gestuurd, in een gewapende militair die een gebied verdedigd tegen zogenaamd “terroristische groeperingen”. Tijdens m’n vakantie in Nederland was ik mij voor het eerst een beetje bewust geworden van die veranderingen.
Op een rustige, zonnige dag hebben we zo ook een keer onze patrouille, overdag gelopen en dat was wel mooi want zo kon ik foto’s maken van het gebied waar ik al die tijd ‘s nachts gelopen had. Het waren m’n laatste paar foto’s want ik had dus op vakantie geen nieuwe rolletjes gekocht en de rolletjes voor mijn cameratje, verkochten ze daar nergens. Waarom heb ik eigenlijk niet gewoon een goede camera met rolletjes daar gekocht want dat kon dus wel? Ik heb zelfs wel eens met een “Canon”spiegelreflexcamera in m’n handen gestaan. De handelaar, die met z’n oude Mercedes wel eens langs de posten reed, had die toen bij zich gehad, maar die heb ik toen niet gekocht. Hoeveel foto's zou ik dan gemaakt kunnen hebben? Maar, om eerlijk te zijn was ik gewoon niet zo'n fotograaf toen. Dat soort dingen bedacht ik dus ook pas toen ik allang weer thuis was. Toen ik er nog middenin zat, was mijn hoofd niet echt bezig met herinneringen verzamelen omdat toen Libanon nog de gewone wereld was. Later heb ik vaak dingen bedacht waar ik eigenlijk foto's van had moeten (laten) maken. Zo heb ik bijvoorbeeld geen enkele (actie) foto van mezelf terwijl ik op de YP zit.
Op vrijdag morgen 5 maart zijn er, voor onze post, tussen de struiken, twee geitjes geboren. Omdat de post was gebouwd langs het oude geitenpad, kwam de geitenhoeder iedere ochtend langs de post gelopen met zijn kudde geiten. Deze ochtend was er een hoogzwangere geit die, precies bij ons voor de post, begon te bevallen. De geiten hoeder had moedergeit zo, tussen de struiken, achter gelaten toen ze begon. Ik had toen wacht dus ik kon er niet naar toe.
Theo die na mij om 9 uur, de wacht moest overnemen, wou nog graag even blijven kijken en foto’s maken. Natuurlijk wilde ik ook graag even gaan kijken, maar aangezien ik toch geen lege fotorolletjes meer had, nam ik gewoon zijn wacht nog een poosje over. De geitenhoeder kwam toen gewoon ‘s middags weer langs. Hij tilde de jonge geitjes aan een voorpoot op en nam ze zo mee. Moedergeit had alle sporen van de bevalling weggewerkt, denk ik, want toen ik ook kon gaan kijken, was er niets meer te zien.
Die zelfde avond schreef ik het voorval aan m'n vriendin en in de zelfde brief schreef ik ook: “Het is 21:00 uur en ik moet zo op patrouille (het regent) Ik schrijf straks wel verder. 3:40 uur. Zo, gelukkig zijn we niet zo nat geworden want toen we goed en wel op weg waren, stopte het met regenen. Het heeft wel de hele nacht nog geonweerd. Dat is een mooi gezicht, tussen de bergen of boven de zee. Het verplaatst zich razendsnel en op het moment rommelt het alleen nog maar een beetje”.