Eind januari werd de FMR. (Force Mobile Reserve) ingezet. De FMR was een reserve eenheid van UNIFIL, die altijd werd samengesteld met militairen van diverse posten en ingezet als er groeperingen in het UNIFIL gebied slaags raakten.
Er waren dus gevechten uitgebroken in het Senegalese UN. gebied, ten noord oosten van het Nederlandse, en die gevechten gingen tussen de Shiitische AMAL en De Palestijnse PLO. Een tiental doden waren het gevolg.
De sjiitische bevolking in het zuiden was, na aanvankelijke sympathie voor hun Palestijnse mede moslims, steeds meer vervreemd geraakt van die Palestijnen. De Palestijnse-groepen gedroegen zich ook erg arrogant, alsof ze heer en meester waren in Zuid-Libanon en dat zorgde voor veel spanning.
De AMAL zat in het dorpje Jwaya en de PLO zat op een kilometer afstand. Daar tussenin, op een plateau, werd de FMR geplaatst. Het was geen groot plateau maar het was wel een "dominerend” punt in het landschap. Er was ter plaatse meer gevochten en de posities die er waren, werden verbeterd en weer in gebruik genomen. Ondertussen werden er door bemiddelingen twee staakt-het-vuren overeenkomsten gesloten, die even snel weer werden geschonden. Een derde overeenkomst was een wat langer leven gegund.
Die FMR eenheid moest dus de strijdende partijen uit elkaar halen en houden en ook twee jongens van onze post waren bij die eenheid ingedeeld.
Het zou misschien voor mij een goed moment zijn geweest om te onderzoeken hoe het nou eigenlijk zat met de verschillende partijen in Libanon, maar ik denk dat ik ondertussen zo gewent was om dat niet te weten, dat ik me zelfs niet meer echt afvroeg hoe de vork nou eigenlijk in z'n steel zat.
Een week nadat de FMR jongens waren vertrokken, was het tijd voor mijn twee weken vakantie. Ik heb nog overwogen om maar niet te gaan maar ik had die keuze niet echt. Later hoorde ik dat er op een andere post een koppige Zeeuw was die pertinent geweigerd had om op vakantie te gaan omdat hij dat maar onzin vond voor vier maanden Libanon. Zo dacht ik er feitelijk ook over maar aan de andere kant wilde ik wel graag m’n vriendin zien. Achteraf terugkijkend had ik beter op de post kunnen blijven want m'n vriendin moest natuurlijk gewoon naar school. Haar heb ik alleen kort in het weekend gezien.
Thuis was natuurlijk, zoals gewoonlijk, helemaal niets te beleven. Achteraf heb ik vaak gedacht dat ik voor weinig geld naar bijvoorbeeld Egypte had kunnen gaan, of ik had gewoon in het "Holland Huis” kunnen blijven. Het Holland Huis was in een hotel in Tel Aviv (Israël) waar de vakantie in eerste instantie naar toe ging. Van daar uit kon je ook een vakantie boeken. Maar dat soort dingen bedacht ik achteraf pas.
Uiteindelijk heb ik me in Nederland twee weken lang lopen vervelen en was ik blij dat ik weer terug naar Libanon kon. M'n vriendin heb ik alleen in het weekend even gezien. Ze woonde veel te ver weg om na school ook nog naar mij te kunnen komen.
Ik ben toen trouwes vergeten om nieuwe rolletjes te kopen, waar ik later dus spijt van kreeg want ik had m’n laatste rolletje in m’n cameraatje zitten en mijn type foto rolletjes verkochten ze daar nergens. Ik had natuurlijk van de handelaar een nieuwe fotocamera kunnen kopen en ik heb zelfs wel eens met een heel mooie in m'n hand gestaan. Ik weet alleen niet waarom ik die toen niet gekocht heb.
Toen ik, na m'n vakantie weer in Libanon aankwam had ik echt het gevoel van een thuiskomst, maar in m'n afwezigheid was, ook ons wachtkotje, gedeeltelijk ingestort. Door de overvloedige regenval, was het langzaam van de aarden wal af gegleden. Het is dus door de jongens afgebroken omdat het te gevaarlijk werd. Het aggregaat was in m'n eerste nacht in Nederland ook nog vastgelopen en dat was nog even spannend geweest. De jongens hebben een nacht zonder stroom en zonder zender moeten doen dus het was maar goed dat het een rustige post was.
Terwijl ik me dus in Nederland, stierlijk had lopen vervelen, waren de FMR jongens weer terug gekomen van hun inzet en ze hadden verhalen gehad over beschietingen en geweld, waar ik pas, een ondertussen verdunde versie van hoorde, toen ook ik weer terug was op de post.
Daar stond ondertussen een nieuw (oud) aggregaat, vredig te knorren en er waren een paar genisten aanwezig om een nieuw wacht kotje te bouwen. Het woord genist is trouwens afgeleid van ingenieurs’. Zij zijn de bouwers van het leger. Dat was een ontvangst die ik helemaal niet verwacht had maar het was dus even "gezellig druk” op de post.
Het nieuwe kotje kreeg een veel beter fundament dan het oude, dat los op de aarden wal was gezet. Voor het nieuwe was een deel van die wal weggegraven zodat het fundament op de rotsige bodem kwam te staan.
Toen dat nieuwe kotje klaar was en de genie jongens weer gingen, leek het wel extra rustig te worden op de post. Ik had het nog steeds erg naar m’n zin, in Libanon maar achteraf terugkijkend denk ik wel dat m'n terugkomst in Libanon, voor mij een soort van kantelpunt moet geweest. Door de combinatie van m’n tegenvallende vakantie beleving in Nederland en het gevoel van thuiskomst bij m’n terugkeer, realiseerde ik hoeveel Libanon me veranderd had. Ik was dus echt niet meer die schoolverlater die het Libanese avontuur was aangegaan.
Met negen man op een erg rustige, kleine post, gaat trouwens de verveling wel een keer toe slaan. Als alle taken gewoon worden kan het dan gebeuren dat je elkaar op de zenuwen gaat werken. Dat heeft dus ook wel eens voor een stevige onenigheid gezorgd.
In een brief naar m’n vriendin had ik bij voorbeeld gezet: "Ze waren hier net aan het bekvechten want een figuur die niet van honden houd, had Flair (onze hond) met een zwaai van zijn bed gegooid. Daar was dus niet iedereen het mee eens.”
Er werd ook inderdaad flink gescholden maar dat had, volgens mij niets met Flair te maken. Ik zat op dat moment op wacht, dus ik was er niet bij maar ik weet nog dat er een verhitte discussie gaande was. Alleen waarover? De sergeant is uiteindelijk tussenbeide gekomen om de boel te sussen want even dreigde het echt uit de hand te lopen. In mijn brieven was over dat soort gemoedstoestanden natuurlijk niets te lezen. Die brieven moesten, vond ik, wel een beetje gezellig blijven. De algehele sfeer, op de post vond ik, buiten dat soort incidentjes, ook gewoon goed.