Gedachtes


Tijdens de vaak erg rustige nachtelijke uren waarop er helemaal niets gebeurde en die jongen in Libanon, alle tijd had om te piekeren over de situatie waarin hij verzeild was geraakt, bedacht hij vaak, meer idealistische dingen als:

"Als ze hier, al hun geld en energie nou eens zouden besteden aan het verbeteren van hun wereld, zou het hier vast veel beter gaan. Het punt is alleen dat zij ervan overtuigd zijn dat ze alleen door het winnen van hun strijd, die wereld kunnen verbeterden. En dan staat ook nog de verbetering die de eén wil, lijnrecht tegenover de verbetering die de ander wil. Ze vechten hier ook niet voor niets al jaren." 


Het moet dan wel een geruststellend gevoel zijn als je volkomen overtuigt bent dat wat je doet, de enige weg naar verbetering is. Dan hoeft je niet verder na te denken. Zo denken wij in het rijke westen, tenslotte ook. Het is het bekende, in je eigen straatje denken want; "zo is het nou eenmaal". (De term verbittering zij me toen nog niet zo veel.) 


Een heel belangrijk punt bij de Libanon situatie in het bijzonder was ook dat de Palestijnen, eigenlijk "alleen maar" hun Palestina wilden terug veroveren van de Joden die  uitgerekend daar, in 1948, de staat Israël hadden gesticht, omdat, dat zogenaamd het aan hen beloofde "land van melk en honing” was. 

Over dat "detail", is bij m'n, vooral militaire opleiding voor Libanon, echter nooit gesproken.


Nu ik, jaren later, al schrijvend alles “op een rijtje” probeer te krijgen, valt me echter wel op dat mijn innerlijke zelf toen, echt al een poos aan het veranderen was. Dat was alleen een zo langzaam proces dat ik me daar, helemaal niet bewust van was. 

Dat was ook het proces waardoor ik steeds meer vervreemdde van die brommer rijdende jongen van negentien, die oorspronkelijk, helemaal naar het verre Libanon, op avontuur was gestuurd.

Een jongen die trouwens, terwijl hij daar, maanden lang als gewapend militair rond reed en liep, ondertussen wel "al 20 jaar” was geworden. Een leeftijd die ik toen al best wel oud vond. Nu ik als zestig plusser tussen de ouderen woon en terugkijk, besef ik pas goed hoe vreselijk jong we toen nog waren.