Mijn Libanon verhaal

De aankomst


Lineaal recht uitgelijnd stonden we op het vliegveld van Beiroet, ons grote Libanon-avontuur af te wachten toen de jongens die we moesten gaan aflossen, aan kwamen gemarcheerd.

Was het alleen maar door hun, niet meer zo nieuwe kleding en het feit dat hun blauwe baretten, door de zon verbleekt waren, of was het meer de blik in die ogen? Een blik die allang geen nieuwsgierige afwachting meer uitstraalde. Het was in ieder geval onmiddellijk duidelijk te zien dat zij degenen waren die dat avontuur al achter zich hadden.

Wij daarentegen stonden daar, met een nieuw pak en glimmend gepoetste schoenen, nieuwsgierig te wachten.

Wat zouden zij niet allemaal te vertellen hebben? En wat zou ik, niet allemaal te vertellen gaan hebben als mijn tijd hier er op zit? Met gespannen anticipatie vroeg ik me dat af, terwijl die "mannen met ervaring" naast ons werden opgesteld.

Toen zij eenmaal, ordelijk genoeg naast ons stonden opgesteld, was dat voor een hoge militair, in mijn herinnering had hij een gouden balk met twee gouden sterretjes op zijn schouder en dat zou van hem een "Luitenant-kolonel" maken, het startteken om ons allemaal samen, eerst nog van zo’n vreselijk langdradige en, vind ik altijd, perfect overbodige toespraak te laten genieten. Achteraf terugkijkend bedenk ik dat hij zelfs de commandant van Dutchbat zou kunnen zijn geweest. Hij had, zeker de goede "rang" daarvoor maar, in mijn herinnering is hij nooit als zodanig aan ons voorgesteld. Hij begon z’n zegje met;


“Van harte welkom op Libanese bodem. De belangstelling die wij voor U hebben bij Uw aankomst, van bataljonszijde maar ook van regeringszijde, is groot omdat wij weten dat U allen een belangrijke taak gaat uitvoeren. Wij zijn erg blij dat U hier bent aangekomen. U bent een welkome versterking van hen die ons straks gaan verlaten. Wij kunnen geen mensen missen. Ik wens U in de komende maanden, hoelang U hier ook mag blijven, een plezierige, maar vooral een goede tijd toe. Het zal niet zo makkelijk zijn. Uw voorgangers hebben het reeds ten dele ervaren; het weer gaat veranderen, naast de toch al zware omstandigheden van de dienstvervulling. Weinig vrije tijd ook.

Ik wens U toe dat U deze tijd goed door komt, en dat U op de juiste wijze Uw taak gaat uitvoeren. Straks zal ik velen van U op Uw posten nog terug zien. Ik verwacht van U een uitstekende taakuitvoering, zoals ook Uw voorgangers dat hebben gedaan. 

De genen die ons straks gaan verlaten, kijken waarschijnlijk met een beetje weemoed terug naar de tijd die achter U ligt. U gaat naar Nederland en zult natuurlijk veel te vertellen hebben. Bedenk echter steeds bij alles wat U in het openbaar zegt, Dat dit een nawerking kan hebben op Uw collega's die hier achter blijven. Wilt U daarom enige terughoudendheid betrachten?”


Het hele zegje was gedaan op de joviaal-officiële toon van iemand die een keurig ingestudeerde toespraak houd terwijl hij zich nog een van de jongens voelt, en aan zijn toon te horen, zal hij dat op zijn niveau  nog wel zijn geweest ook.

Na die toespraak, werd de hele ceremonie natuurlijk nog wel even afgesloten met “het Wilhelmus" dat klonk uit een cassette-speler met twee luidsprekers. Daarna werden de vertrekkende mannen afgemarcheerd en ook ik heb hen toen van het blijkbaar traditionele applaus voorzien. Oftewel, men begon te klappen dus deed ik maar keurig mee.

Uiteindelijk, waren zij vertrokken in de richting van het vliegtuig dat ons naar Libanon had gebracht en dat hen terug naar Nederland zou gaan brengen. Wij mochten plaatsnemen in de voertuigen waarmee zij naar Beiroet waren gebracht en die ons dus naar het, door Nederlandse militairen bewaakte gebied in zuid Libanon zouden gaan brengen.


Mijn negentien-jarige zelf vond alles op dat moment nog erg spannend want tot op dat moment was ik nog niet verder het buitenland in geweest dan winkelend met m'n ouders, net over de grens in Duitsland. Ik was dan ook erg nieuwsgierig en probeerde, zover als die overkapte vrachtwagen dat toeliet, zoveel mogelijk rond te kijken toen de colonne wit geschilderde voertuigen het vliegveld van Beiroet verliet om de straten van een, compleet vreemde wereld in te rijden. Heel veel kon ik echter niet zien omdat ik verder naar binnen zat in die vrachtwagen. Degenen die meer bij de klep van de vrachtwagen zaten, hadden natuurlijk een veel beter zicht dan ik. 

Toen ik in Libanon aankwam zat ik al acht maanden in het leger dus het leger leven was allang niets nieuws meer voor me. De omgeving was echter wel kompleet nieuw voor me. Ik herinner me ook dat ik het een beetje vreemd vond om als enige ongewapende groep militairen door een land te worden vervoerd waar alle andere militaire groepen die je tegen komt, goed bewapend zijn.


Onderweg naar ons inzetgebied in het zuiden, kwamen we langs verschillende goed bewapende roadblocks van alle mogelijke, verschillende groeperingen. Toen begon het pas echt tot me door te dringen dat wij, in dat land de vreemdelingen waren.

Echt alles in Libanon, bleek totaal anders te zijn dan waar men mij  tijdens de opleiding op leek te hebben voorbereid. Tijdens die opleiding was alles namelijk,  gericht geweest op, of het verdedigen van een gebied, tegen een massale aanval van een vijand, of die massale aanval, zelf uit te voeren. De koude oorlog was nog actueel en het Nederlandse leger leek dan ook compleet ingericht te zijn op de grote frontlinies uit de tweede wereldoorlog. Dat alles bleek in Libanon echter helemaal niet aan de orde te zijn.


Na een lange rit over een aan alle kanten opgelapte kustweg, die trouwens de enige noord/zuid verbinding, in dat land bleek te zijn, kwamen we aan bij het eerste Nederlandse roadblock van post 7-18 (post zeven-eén-acht)(post is trouwes kort voor positie) en van daaruit reden we, via post 7-22 (post zeven-twee-twee) in het plantage gebied aan de kust en nog een ander roadblock (post 7-17) door naar de veel grotere post 7-4 die onze commandopost was en aan de rand van een klein dorpje op een heuvel lag. Hoe meer we het binnenland in waren gereden, hoe meer onbewoond en ongetemd het landschap was geworden.

Share by: