Een trein naar… eh
Daar aankomend, begon ik hem maar af te lopen met een halfslachtige poging om het air van een dagelijkse routine te laten zien en zo verdwenen de afgelopen maanden samen met al m’n maten en hun geliefden, langzaam maar definitief uit m'n zicht.
Onder aan die trap kwam ik uiteindelijk echt aan in m'n eigen verleden, of tenminste op een treinperron waarvan ik wist dat ik dat vroeger nog heel gewoon had gevonden. Op dat moment echter zag ik het meer als een erg tegenstrijdig, vreemd maar toch ook nog bekend plaatje. Een plaatje met allemaal veel te drukke reclameposters waarvan ik heel goed wist dat ik dat allemaal, voor Libanon nog als een heel gewoon achtergrond-behang zou hebben gezien.
Daar zag ik, in een onbestemd tl licht wat mensen staan en ik wist dat zij gewoon, in hun gewone kleding, op een ongetwijfeld voor hen gewone trein stonden te wachten.
Voor mij was dat echter, op dat moment een plaatje uit lang vervlogen tijden. Een plaatje waarin ik blijkbaar wel “gewoon” op een bord met vertrektijden ging staan kijken om te zien dat er snel, een trein richting Utrecht zou komen. Een plaatje waarin ik alles wat ik daar zag nog heel gewoon vond. Voor mijn gevoel op dat moment was het dat echter alles behalve.
Gelukkig onderscheidde m’n militaire kleding me daar nog wel van die mensen want ik wou nog echt niet, compleet onzichtbaar, een van die gewone mensen worden maar met een vreemd, tegenstrijdig gevoel deed ik toen wel m'n blauwe baret van m'n hoofd, rolde hem op en stopte hem, in m'n broekzak. Misschien in een vage drang om daar maar niet al te erg uit de toon te vallen maar ik had er meteen spijt van maar liet hem wel in die broekzak zitten.
Het was de eerste van vele handelingen die me uiteindelijk zouden 'reduceren' van die gerespecteerde militair in het Libanese hoogland, tot een van die gewonen die ik om me heen zag.
In gedachten vluchtte ik toen maar snel weer terug naar die wereld in Libanon waarin ik me volkomen thuis had gevoeld: "Ik zit op wacht en luister, via de radio, naar een bericht over een mitrailleur salvo die is afgevuurd bij een van onze posten aan de kust. Zelf meld ik een Zuid-Libanese "halftrack" (Een truck met aan de voorkant gewone wielen en aan de achterkant rupsbanden.) die net, met een paar gewapende mannen bij de Libanese post Tango aan de overkant is aangekomen."
Dat was veel meer de echte wereld dan het land dat ik hier, terug in Nederland om me heen zag en dat Nederlandse land werd ook beslist niet minder vreemd toen ik daar maar "gewoon" in de net aangekomen trein richting Utrecht stapte.
Die zelfde ochtend nog, was ik wakker geworden in m'n slaapzak, in een barak, op een heuvel in zuid Libanon. Legeruitrusting en geladen wapens waren daar, nog een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijkse leven geweest.
Daar had ik me tenminste nog volkomen thuis gevoeld, maar daar was die ochtend ook de vreselijke overgang naar het burgerleven in Nederland, begonnen toen ik mijn persoonlijke wapen daar had moeten achterlaten.
In de loop van de dag was ook langzaam, het militair zijn, steeds een beetje verder gestript. Er klopte dan ook helemaal niets van om als enige nog overgebleven en ongewapende soldaat tussen allemaal gewone burgers. naar een zogenaamd thuis te moeten reizen.
Toen ik eenmaal in, die gewone Nederlandse trein, de nog onveranderde wereld van voor Libanon aan me voorbij zag trekken, begon ik me te realiseren dat ik niet meer die jongen was die naar Libanon was vertrokken om het grote avontuur aan te gaan. Dat ik dus zelf beslist niet onveranderd was. Als ik m’n vriendin weer zag, zouden we daar zeker over kunnen praten. Zij moest echter eerst nog even naar school om haar eindexamen af te ronden terwijl ik een, uit een conflictgebied, huiswaarts kerende militair was. Hoezo contrast?
Daar zat ik ook aan te denken Terwijl er een vreemd gecultiveerde wereld aan m'n trein raam voorbij gleed, me te verbazen over hoe onveranderd alles nog was. Het was een wereld die, voor mij, alleen maar vreemder werd toen ik bedacht dat ik ook dat, voor m'n vertrek naar Libanon nog heel gewoon had gevonden.
Als ik m’n vriendin weer zag, zou er tijd zijn om over al die dingen te praten, hield ik mezelf voor terwijl ik naar buiten zat te kijken, waar een maartse Nederlandse namiddag, met een sneltreinvaart aan me voorbij trok.
Uiteindelijk in Nijmegen moest ik overstappen op het boemeltje naar Cuijk, dus had ik maar even, heel praktisch vanuit een telefooncel naar de "huistelefoon" van m'n ouders gebeld om te zeggen waneer ik met de trein in Cuijk zou aankomen want doordat er toen nog geen mobiele telefoons waren, moest je, als je onderweg was, op zoek naar een vaste telefoon lijn (Bijvoorbeeld in zo’n telefooncel. om te kunnen telefoneren. Die huistelefoon waar ik toen heen belde, was toen ook de enige telefoon die er in een gemiddeld huis te vinden was. Hij zat met een snoer vast in het telefoonstopcontact en bij m'n ouders stond de telefoon op een mooi tafelkleedje in de huiskamer.
Op die manier naar “huis” bellen was toen dan ook nog heel normaal, maar ik bedenk daar nu wel bij, dat ik dan dus wel Nederlandse kwartjes (oude, Nederlandse 25 cent muntjes) bij de hand moet hebben gehad want in zo'n “telefooncel” hing een munttelefoon en daar kon je alleen met die kwartjes terecht om te telefoneren. Het eerste GSM netwerk van Nederland, werd pas ruim twaalf jaar later, op 1-7-1994 in gebruik genomen.