In Libanon worden zeventien verschillende geloofsgemeenschappen officieel erkend. De moslims maken volgens de gegevens van het ‘CIA World factbook’ ongeveer 60% van de bevolking uit, de christenen 39%. De officiële erkenning geldt voor vier religieuze gemeenschappen van de islam, voor de druzen en voor twaalf christelijke kerken.
De moslims zijn verdeeld over Soennieten, Sjiieten, Isma'iliten en Alawieten. De soennieten wonen verspreid over het land maar vooral in het noordwesten en het centrum. Zij zouden ongeveer 20% van de bevolking uitmaken. Zij voelen zich verwant aan de Arabieren in de omliggende landen. De sjiieten wonen vooral in het zuiden en het noordoosten van Libanon meer bepaald in de Beekavallei. Er wordt aangenomen dat zij thans 28% van de bevolking uitmaken. De sjiieten onderhouden nauwe banden met hun geloofsgenoten in Iran en zijn vooral internationaal gekend via de door hen opgerichte partij Hizbullah. De alawieten vormen een minderheid. Zij wonen verspreid over het land en konden sinds de Syrische overheersing (jaren 1980) een rol van betekenis spelen daar ook de eerdere Syrische president Hafiz al-Assad en zijn opvolger Bashar al-Assad tot hun geloofsgemeenschap behoren.
De Druzen zijn monotheïstisch en geloven dat de leider al-Hakim uit de 10e en 11e eeuw na Christus de goddelijke incarnatie van god is. Ze geloven in een combinatie van filosofieën en overtuigingen uit het christendom, gnosticisme, boeddhisme, hindoeïsme en andere culturen
Zij zijn, geloof ik, ontstaan als een afsplitsing van het sjiitische maar beschouwen zich niet meer als moslims. Zij maken ongeveer 6% van de bevolking uit. Zij wonen vooral het Midden-Libanese Choufgebergte. Enkele voorname families zijn de clans van Jumblatt en Yazbak. De laatste decennia spelen zij via hun Progressieve Socialistische Partij een politieke rol van betekenis.
De meerderheid van de christenen behoort tot de Maronitische Kerk. De Maronieten maken 23 à 25% van de bevolking uit. Tengevolge van de emigratie van een groot aantal van hen, gedurende de laatste 60 jaar, is het aantal christenen vergeleken met het aantal moslims voortdurend afgenomen.
De Oosters-orthodoxen, behorend tot het Patriarchaat van Antiochia, zijn in aantal de tweede grootste christelijke groepering en maken 10% van de bevolking uit. Ze worden gevolgd door de Melkitisch katholieken waartoe 4% van de bevolking behoort.
De christelijke gemeenschap in Libanon bestaat verder uit: Armeens orthodoxen, Armeens katholieken, Syrisch orthodoxen, Syrisch katholieken, Nestorianen, Chaldeeuws katholieken,Kopten, Rooms-katholieken en Protestanten. Exacte cijfers over het aantal gelovigen per kerkgemeenschap zijn maar onvolledig beschikbaar.
De christenen wonen vooral in het centrale westelijke deel van het land rondom Beiroet, Deir el-Qamar, Damour, Jounieh, Jbeil, Batroun, Chekka, Zahlé, Zgharta, Marjeyoun, Baabda, en Bchareh, in het Libanongebergte.
Libanon is niet alleen op religieus maar ook op etnisch gebied buitengewoon divers.
Er wonen ongeveer 150.000 Armeniërs die 4% van de bevolking uitmaken en veelal behoren tot de Armeens-christelijke Kerken. Er wonen Koerden die qua religie moslim zijn en behoren tot de soennitische of sjiitische strekking. Er wonen in Libanon zo'n 40.000 Assyriërs; zij hebben een eigen taal en behoren doorgaans tot Oosters-christelijke kerken. Er zijn ook Perzische Libanezen en een kleine groep Joodse Libanezen.
Verspreid over het Libanese grondgebied bestaan Palestijnse vluchtelingenkampen. Deze Palestijnen zijn meestal tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 naar Libanon gevlucht. Ze hebben in de meeste gevallen geen Libanees paspoort verkregen waardoor zij nog altijd stateloos zijn. In totaal zijn er 12 Palestijnse vluchtelingenkampen met 225.125 inwoners. In heel Libanon wonen 409.714 Palestijnse vluchtelingen. Ongeveer 10% van hen is christelijk en ze behoren voornamelijk tot het Oosters-orthodoxe Patriarchaat van Antiochië
Veel christelijke Libanezen, maar ook sommige niet-christelijke Libanezen zien zichzelf niet als Arabisch maar eerder als afstammelingen van de oude Kananieten en wensen Feniciërs genoemd te worden.
Libanon grenst in het westen aan de Middellandse Zee met een kustlijn van 225 km. Ten noorden en oosten van het land ligt Syrië (grenslijn 375 km) en ten zuiden grenst het aan Israël (grenslijn 79 km).
Parallel met de vlakke kuststrook loopt het Libanongebergte. De oostgrens met Syrië wordt gemarkeerd door het gebergte van de Anti-Libanon. Het woord Libanon (ook "Loubnan" of "Lebnan") komt van het Aramese woord laban wat 'wit' betekent, een verwijzing naar de besneeuwde pieken van de Libanonberg. Tussen de twee gebergtes loopt de Beekavallei.
Het land heeft door zijn hoge bergen geen gebrek aan water. De belangrijkste rivieren zijn de Litani en de Orontes (of Asi).
De hoogste berg van Libanon is de Qurnat as Sawd_’ 3088m hoog.
Al sinds de tijden van de Phoeniciërs is Libanon een belangrijke leverancier van hout. De Libanonceder is nog steeds het symbool van het land en is opgenomen in de vlag van Libanon. De ceders zijn thans (gezien hun geringe aantal) beschermd en mogen niet meer gekapt worden.