Weer in Nederland

April 1984


Ik loop over de overloop naar de slaapkamer van m’n dochtertje. Beneden in de huiskamer zitten m'n vrouw en wat vrienden. Ik kan ze hier boven horen lachen. Die gezelligheid ben ik dus net ontvlucht omdat ik die mensen echt niets te vertellen heb. Hun wereld is niet mijn wereld en ze verstikken me met hun gezellige, groene, hippie idealen en antimilitarisme. Mijn verleden wordt volkomen genegeerd, alsof het een oude zonde is waarover je niet hoort te praten. 

Iedereen gaat er blijkbaar vanuit dat als je iets maar gewoon negeert, het er niet meer is. Als ik m'n gedachten maar op iets anders richt, gaat het vanzelf weg toch? Maar zo werkt dat dus niet. Toen ik net terug in Nederland was, dacht ik nog dat ik er "later” wel met m'n vriendin over zou kunnen praten, maar dat later lijkt maar nooit te komen. 


Voorzichtig open ik de slaapkamerdeur van m’n dochter en even kijk ik hoe ze daar ligt te slapen. Zo vredig en in volkomen vertrouwen, uitgestrekt in haar bedje. Die aanblik brengt m’n stormachtige gedachten weer een beetje tot rust. Dan ga ik naar onze ouderslaapkamer waar ik op de rand van het bed ga zitten. Beneden wordt weer gelachen maar dat is mijlenver verwijderd van m'n belevingswereld. Net als deze slaapkamer trouwens. Het is alsof dit leven in een andere dimensie gebeurd.

Ik voel me daardoor ook totaal niet verbonden met de wereld om me heen, en terwijl ik hier boven op de rand van het bed zit, laat ik m’n gedachten weer afdwalen naar een militaire, nachtelijke, gewapende patrouille, nog helemaal niet zo lang geleden.

Dat is tenminste een wereld waar ik het gevoel heb dat ik er thuis hoor. Even laat ik het vertrouwde gevoel dat ik iets te betekenen heb, toe tot in het diepst van z’n wezen. Even voel ik het vertrouwde gevoel van een geladen wapen dat aan m’n schouder hangt. Even voel me weer volkomen thuis. Het moment is echter vluchtig en ik vind mezelf snel weer terug, zittend op de rand van een heel gewoon bed in een heel gewone, slaapkamer. 

Beneden klinkt de gitaar van eén van die vrienden als die een bekend lied inzet. Even blijf ik nog op het bed zitten, maar dan slik ik m’n onvrede maar weer weg en ga maar weer naar beneden. Terug naar de gezelligheid. Als ik de huiskamer weer in loop, vraagt m’n vrouw of onze dochter goed slaapt. Ik zeg dat alles goed is en zo lijkt het net of ik alleen maar even ging kijken hoe het met haar is.



P.S.


Bij het schrijven van dit verhaal heb ik in eerste instantie geprobeerd om me te verplaatsen in de belevingswereld van die avontuurlijke “minderjarige” jongen, die net een paar maanden van school was toen hij gewoon, net als veel mannelijke leeftijdgenoten het leger in moest om z’n dienstplicht te gaan vervullen. Achteraf teruglezend is dit veel meer een verhaal geworden over hoe ik veranderde van een gewone Nederlandse schoolverlater in een veteraan, die, terugkomend uit een oorlogsgebied, bij aankomst in Nederland, in zo’n veel te langdradige toespraak, een bedankt, hier heeft U een medaille en een U kunt gaan te horen krijgt. Een veteraan die vervolgens gewoon naar huis mocht vertrekken waar ik totaal veranderd bleek te zijn en echt niet meer gewoon in m’n oude hokje paste. Iets wat blijkbaar wel van me werd verwacht. 


dit schrijven heeft me ook duidelijk laten zien hoe vreselijk jong we toen waren. Bijna kinderen nog, toen we als militair naar die Palestijns-Israëlisch-Libanese chaos werden gestuurd, zeker als ik het vergelijk met mensen die nu de leeftijd hebben, die ik toen had. 

De leeftijd waarop iemand in Nederland officieel meerderjarig word is pas in 1987 van 21 naar 18 gegaan, dus ook voor de wet waren we toen nog "minderjarig". Het lijkt er dan ook sterk op dat de regering het alleen voor z'n eigen prestige belangrijk vond dat er iemand gestuurd werd. In interviews en filmpjes met mensen van die regering heb ik ook vaker gezien dat men erg verbaast was als ze, bijvoorbeeld bij een bezoek aan Libanon, merkten dat er daar ook echt geschoten werd. Ze hebben ook, denk ik, vooral soldaten naar Libanon gestuurd omdat ze met goed fatsoen geen nee meer konden zeggen toen de V.N. hen officieel vroegen om een bijdrage te leveren aan de troepen macht in Libanon. Frankrijk trok z'n troepen terug en Nederland had tenslotte officieel een bataljon, voor V.N. inzet klaar staan. Dat "44ste pantser infanterie bataljon", met voornamelijk dienstplichtige militairen, is toen ook naar Libanon gestuurd.


Share by: