De scholier en de veteraan

M’n vriendin was twee en een half jaar jonger dan ik. Een middelbare 

scholier die haar eindexamen op een Drents VWO bijna had afgerond. 

Ze was bijna 18 jaar en zat nog helemaal in dat, we moeten de wereld verbeteren stadium, dat je toen vaak zag bij jonge, idealistische adolescenten.

Zelf was ik ondertussen een ex-militair, die tegen mijn zin terug naar “huis” was gestuurd vanuit de Libanese burgeroorlog.

We kwamen dus uit twee heel verschillende werelden, die voor ons allebei afzonderlijk, tot op dat moment “gewoon” waren geweest. Nu ik dit zo neer heb getypt besef ik eigenlijk pas goed, hoe vreselijk groot dat verschil was. Het is alleen erg jammer dat wij dat, toen niet zo zagen. 

Als je verliefd bent, weet je namelijk alles beter dan alle anderen, en geen enkele wijze raad kan je dan op andere gedachten brengen.

Terwijl ik nog nog niet helemaal gewend was aan het “weer thuis zijn” zouden we elkaar gaan ontmoetten bij mij thuis waar het voor ons allebei afzonderlijk, om heel verschillende redenen, bekend maar een beetje onwennig was. Ik moest alleen nog even wachten tot zij klaar was met haar schoolexamen en naar me, toe zou komen. 

Toen de middelbare schoolse beslommeringen van m’n vriendin dus eindelijk achter de rug waren, en ze ook echt naar me toe kwam, bleek de kloof tussen die scholier en de veteraan echter een onoverbrugbare te zijn geworden.


"Een zonnige middag, eind mei 1982. M’n vriendin en ik zitten op m’n zolderkamer, op kussens op de grond. Er speelt wat muziek op m'n stereo en de zon schijnt door m'n zolderraam. Alles lijkt dus aan de prettige sfeer mee te willen werken. Het is dan ook een heerlijk moment voor het gesprek waar ik al zo lang op gewacht heb." 


Daarom begon ik het gesprek door eerst een onschuldige anekdote te vertellen, alleen bij de eerste flard die ik over Libanon sprak, snoerde ze me onmiddellijk en totaal de mond met die woorden die ik haar nog zo hoor uitspreken:

“ik wil liever niet over de oorlog praten! Vind je dat erg?”…..


Ja natuurlijk vond ik dat erg, maar ik was zo totaal uit het veld geslagen door haar, voor mij totaal onverwachte afwijzing, dat ik even helemaal niets meer te zeggen had. Maanden had ik naar dat gesprek toegeleefd en haar afwijzing liet me dan ook achter met een gevoel van totale verdoving. Van een enorme afstand hoorde ik mezelf nog wel “neu da geef nie” zeggen maar dat moet de grootse leugen zijn geweest die ik ooit heb uitgesproken.

Juist met haar, wou ik over mijn ervaring praten en de mogelijkheid dat, uitgerekend zij, er helemaal niet over zou willen praten was nog geen seconde bij me opgekomen.


In tegenstelling tot alle anderen die ik iets had geprobeerd te vertellen, zou zij me toch juist begrijpen? Wij konden toch altijd over alles praten? Toch? 

Natuurlijk heb ik op dat moment, in eerste instantie nog wel een beetje zwakjes tegen gesputterd met: “Maar, Ik wil ook niet over oorlog praten” maar verder heb ik toen niet laten merken wat haar weigering echt met me deed. Een totale afwijzing van al mijn Libanese ervaringen had ik echt niet zien aankomen.

Zij, op haar beurt, wou natuurlijk vooral praten over alles wat haar, op dat moment bezig hield. Ze had net haar middelbare school opleiding afgerond en zat vol plannen waar ze over wou praten. Dingen als vakantie en studieplannen hielden haar, op dat moment meer bezig. Dingen die een vers afgestudeerde bezig houden dus. Normale westerse idealen uit een tijd die ik ver achter me had gelaten. 

Dingen, waarover ze mij in Libanon ook al had geschreven en die ik, nog daar, graag gelezen had. 

Terug in Nederland wou ik echter ook graag m’n eigen ervaringen en gedachtes met, haar delen. 


Voor mij persoonlijk zou het misschien, op dat moment wel beter zijn geweest als ik kwaad zou zijn geworden bij haar afwijzing, maar ik was te zeer uit het veld geslagen om überhaupt te kunnen reageren. Bij alle anderen die ik iets had geprobeerd te vertellen had ik tenslotte ook al voornamelijk onbegrip geoogst. Ouderen waren bijvoorbeeld steevast over hun tweede wereldoorlog begonnen, als ik iets over Libanon probeerde te vertellen. Daarom ook had ik, denk, ik al mijn hoop op haar gevestigd.

De zestig plusser die dit nu neer typt, vraagt zich nu, jaren later af hoe het zou zijn gegaan als ze wel had willen luisteren. Zou ze het dan ook begrepen hebben? Alle anderen konden toch ook niet bevatten wat ik probeerde te vertellen. Eigenlijk kon ik toen zelf ook nog helemaal niet onder woorden brengen wat ik voelde of te zeggen had. Als ik al iets probeerde te vertellen, stoeide ik met m'n woorden want, binnen vetter als ik toen was, had ik nooit geleerd om over gevoelens te spreken.

Hoe kun je iemand die nog nooit een wapen in de hand heeft gehad ook uitleggen hoe het is om te leven met de noodzaak om bewapend te zijn? Hoe kun je zo iemand duidelijk maken hoe het vanzelfsprekend is dat je, een geladen wapen mee pakt uit de open kast in de keuken? Hoe kun je vertellen hoe geluiden van geweervuur en kapot geschoten geschoten huizen, een heel vanzelfsprekend bijverschijnsel kunnen zijn? Hoe kun je vertellen hoe het is om te proberen een zogenaamde vrede te bewaren, in een land waar men al een paar generaties lang geen echte vrede meer heeft gekend? 


Dat was niet uit te leggen aan mensen die de oorlog alleen kennen van een kort journaal item op tv of een, vooral spannende en geromantiseerde film op T.V.

Wat ik te vertellen had was ook al niet over gekomen bij m'n vader of andere ouderen die hun oorlog alleen kenden in hun rol als onderdrukt burger kind.

Net als dat de vrede niet over komt bij mensen die alleen oorlog en conflict kennen, kun je mensen die hun hele leven in het veilige, vrije westen zijn geweest, niet echt vertellen wat voor gevoel het geeft als de aanwezigheid van jou en je maten, een complete oorlog op afstand houdt terwijl je ondertussen wel de spanning voelt groeien.

Het is ook sowieso heel moeilijk om er iets over te vertellen als je zelf de zaak ook nog niet echt overziet. Gewone mensen in het vredige Nederland zagen, wat ik probeerde te vertellen sowieso alleen maar als een spannend avontuur.

Het probleem met het overbrengen van ervaringen uit een crisisgebied in een ver land, is ook dat je spreekt tegen mensen die alles wat je zegt, meten met hun eigen veilige, westerse maatstaven. Ze bekijken het zoals je, vanuit je eigen luie stoel, een spannende film op tv bekijkt. 

Niemand bracht het geduld op om echt naar me te ‘luisteren’, en ik stond er uiteindelijk helemaal alleen voor. Ik heb dan ook nooit echt met iemand over Libanon kunnen praten.

Natuurlijk heb ik nog wel meerdere keren geprobeerd om er met m'n, erg antimilitaristische, ondertussen echtgenote over in gesprek te komen, maar dat stuitte iedere keer weer op een muur van protest.

Daarom ook, ben ik uiteindelijk aan dit verhaal begonnen.

Libanon was voor mij een overweldigende herinnering van gewapende kameraadschap in een prachtig land. Maar naar haar was het een fout onderwerp waar niet over gepraat kan worden. 

Mijn Libanon maten, zag ik niet meer en alle anderen begrijpen er echt helemaal niets van. Je moet er ook bij bedenken dat we toen in heel andere tijden leefden. Het hele internet, dat we nu heel vanzelfsprekend vinden, was toen, in 1982 nog een verre utopie. 

Na zoveel onbegrip en vooroordeel, klampte ik me daarom maar vast aan de gedachte dat er later, wel een gesprek mogelijk zou zijn. Ze kon het gewoon nog niet bevatten dus moest ik gewoon nog even wachten tot ze er klaar voor zou zijn.