Hoog bezoek


Nadat alle extra patrouilles en wachtposten weer waren opgeheven, heb ik me weer gewoon ondergedompeld in de dagelijkse taken van dat Libanese leven wat me zo goed beviel, tot het 7 januari 1982 werd. Op die dag kwamen namelijk de Nederlandse minister en staatssecretaris van defensie, onze post bezoeken. Ze waren een paar dagen op bezoek in het Nederlandse UNIFIL gebied en maakten een rondje langs diverse posten. Wij moesten dus speciaal vroeg ons bed uit zijn om onze post toonbaar te maken voor het totaal belachelijke uitstapje van dat hoge bezoek. Alles werd aan hen gepresenteerd als een soort vakantiekamp voor padvinders. Op die manier krijg je toch geen indruk van een leger op missie in een ver buitenland. Zeker niet van de ruwe wereld van burgeroorlog en improvisatie waarin ik me ondertussen echt thuis voelde.

De extra patrouilles waren even eerder al opgeheven en ik had de nacht ervoor tot drie uur op wacht gezeten. Ik geloof ook niet dat ik helemaal hersteld was van het slaapgebrek van tijdens het incident en had ook die nacht weer niet erg lang geslapen. De heren zouden tegen het einde van de ochtend bij ons zijn dus we moesten vroeg op om alles in orde te brengen. Even extra poetsen, keurig schone kleren aan, en zo. Het zou toch veel eerlijker zijn geweest als ik bij wijze van spreken, net uit m’n bed zou komen en nog aan m'n kont krabbend, naar de wc zou lopen. Dan krijg je ook een indruk van het reilen en zeilen op zo’n post. Er zijn dan namelijk mensen in de nacht actief en die slapen dus overdag. Maar nee, alles moest netjes en geordend zijn en iemand die net zijn bed uit komt, kun je blijkbaar niet aan een minister presenteren.

Het hele bezoek ademde een sfeer van een avontuurlijk uitstapje. De Minister, z'n staatssecretaris, hun begeleiders en een paar man marechaussee (militaire politie), wandelden ook rond met het air van museumbezoekers en alles werd aan hen gepresenteerd als: "Och kijk toch eens hoe mooi." Het contrasteerde allemaal wel heel erg met ons normale, dagelijkse werk. Best wel verontwaardigt bedacht ik toen: "Dit is echt geen geen vakantiekamp hoor.” Want op die manier werd het dus wel aan de minister en z’n gevolg, gepresenteerd. Het was ook overduidelijk dat, vooral dat gevolg, het allemaal een erg leuk uitstapje vond. De minister (van Mierlo) was de enige die serieus leek en hij gedroeg zich dan ook niet alsof hij op vakantie was.


De rest van hen maakten het  met hun ontspannen-uitstapje gedrag, voor mij ook wel erg duidelijk dat zij, de ernst van ons werk echt niet zagen. Tot ruim na nieuwjaar had ik nachten lang, zwaar bewapend, uitgekeken naar “Armed Elements” maar op dat moment werden er alleen foto’s gemaakt van zogenaamd "belangrijke personen” en hun begeleiding.
Zo moet ik nog ergens een foto hebben van een grijnzende staatssecretaris in een volkomen misplaatst burgertenue. Hij droeg regenlaarzen met een lange jas en stond, met een grijns op z'n gezicht en in een slappe houding, met z'n handen aan een (half)geladen punt50 op een luchtdoel affuit. Zou hij überhaupt door hebben gehad dat er kogels in dat ding zaten die krachtig genoeg waren om door een vrij dikke boom heen te schieten?

De heren stapten echter lachend rond als kinderen op een schoolreisje en ik voelde me totaal niet serieus genomen. Ik was dan ook erg blij toen ze uiteindelijk weer opdonderden. Het hele bezoek had me een gevoel gegeven dat ik te kijk stond als een aapje in de dierentuin dat, heel interessant, soldaatje aan het spelen is. Dat soort gedoe had, vond ik, helemaal niets in Libanon te zoeken.

De minister en de Sergeant, heb ik tijdens het bezoek, wel uitgebreid met elkaar zien praten en dit artikel geeft me een aardige indruk van, waar ze het toen over gehad kunnen hebben.

Pas toen ik, na het avondeten om 21:00 uur wel weer "gewoon” op wacht moest en met m’n geladen wapen naar ons wacht-kotje liep, kreeg ik het gevoel dat we een serieuze taak te verrichten hadden.