Mijn Libanon verhaal

Een ander leven


Al tijdens de opleiding in de Nederlandse kazerne, had ik me thuis gevoeld in het militaire, en eenmaal aangekomen in Libanon was het dan ook heel natuurlijk voor me geweest, om me ook daar in dat militaire leven onder te dompelen. 

Alleen in dat grote kazernegebouw in Assen, hadden we met zo'n 150 man in eén gebouw bij elkaar gezeten zodat je heel makkelijk opging in de massa. 

Daar konden we ook vaak ’s avonds gewoon naar de compagniesbar om een biertje te pakken, als we tenminste niet “op oefening” waren. In de weekenden ging dan je “gewoon” weer naar huis zodat moeders de was kon doen. 


Al die zaken waren er in zuidLibanon natuurlijk helemaal niet. In Libanon was het hele idee van een weekend verlof al compleet "niet van toepassing" en even een biertje pakken was gewoon niet toegestaan omdat de erg fanatieke beroepssergeant, die de directe leiding over onze post had, “zijn” post beslist alcoholvrij wilde houden.

Die sergeant trouwens, sliep in Libanon ook niet in kamers apart van ons gewone dienstplichtigen, zoals dat in dat kazernegebouw nog wel het geval was geweest, maar. In de zelfde golfplaten boogconstructie als wij. In het zelfde slaaphol dus. De sergeant heeft zich, tijdens de maanden in libanon, wel altijd een beetje van ons gedistantieerd. Al was het maar door een gordijn om z’n bed te hangen en ons niet z'n voornaam te geven. "Mijn voornaam is sergeant”, had hij gezegd toen we hem ernaar vroegen, en hoewel we er toch wel achter waren gekomen dat hij "Leo" heet, heeft, zo ver ik weet, niemand hem ooit zo genoemd. Voor mijn gevoel is hij altijd, ook nu nog, “De sergeant” gebleven. Ook al heeft hij later natuurlijk wel een hogere rang bereikt in het leger. Ik heb eens ergens gevonden dat hij Compagnies Commandant bij de commando's in Rozendaal was.


In Libanon, waren we maar negen individuen, die een kleine post moesten bemannen in een land waar het zeker geen vrede was. In een land dus, waar het geluid van geweervuur een heel normaal achtergrondgeluid was en de zwaarbewaakte Israëlische noord grens binnen zichtafstand.

Meters hoge hekwerken met wachttorens en zoeklichten maakten je bij die grens op overtuigende wijze duidelijk dat het tot daar en niet verder was. Dat alles was, met de vaste verrekijker vanaf onze post nog goed te zien. 

Onze post was gebouwd langs een verbreed geitenpad en er waren ook nog andere Nederlandse posten in de buurt, maar die waren vanuit onze positie niet te zien. 

Dus niet de veel grotere Commando Post (post 7-4) die in het nabij gelegen dorp dat op een heuvel, zo'n twee kilometer terug langs dat geitenpad lag, (Dat dorp zelf was nog wel te zien.) en niet de volgende Nederlandse post (post 7-6C), die zo'n twee kilometer verder langs het zelfde pad lag. Daar waren ook negen van onze jongens geplaatst.

Het geheel gaf de indruk dat we “in the middle of nowhere” zaten maar dat beviel me juist wel. 


Die beide Nederlandse posten waren, in rechte lijn gemeten, ongeveer net zo ver van ons verwijderd als die zuid Libanese militairen van het roadblock van post Tango, die wij natuurlijk wel uitstekend konden zien omdat we onder andere op die plek gestationeerd waren om post Tango in de gaten te kunnen houden. Dat roadblock, werd trouwens bemand door het officieuze zuid Libanese leger dat SLA (South Lebanese Army) of DFF (De-Facto Forces) werd genoemd. (Zoals je ziet is het leger, dol op afkortingen.) 


Share by: