Libanon verhaal


Postleven


Onze post was een heel rustige die was geplaatst op een winderige heuvel in een stuk niemandsland waar hooguit af en toe een handelaar langs kwam, maar verder niets gebeurde. 

Hij was daar onder andere geplaatst om de Zuid Libanese post “Tango” in de gaten te kunnen houden die vanaf onze wachtpositie namelijk erg goed te zien was.

Als je daar echter, vooral in de lange Libanese winternachten, uren lang in het donker, in dat wachtkotje op wacht had gezeten en alleen af en toe een radiobericht van een van de andere posten hoorde, werden die uren wel erg lang. Op dat harde, rood gelakte stoeltje zittend kreeg je het dan ook nog langzaam steeds kouder want In de nachten kon de temperatuur aardig dalen, daar in Libanon. We hebben op een gegeven moment zelfs de zijkanten van dat wacht-kotje, gedeeltelijk dicht gemaakt met transparante plexiglas platen, om ons een beetje af te schermen tegen de koude wind en toch nog rondom te kunnen waarnemen.


Omdat ik helemaal geen brievenschrijver was, schreef ik naar m'n vriendin bedroevend weinig over wat ik dacht, meemaakte of vond. Over eventuele meldingen die via de radio soms te horen waren scheef ik sowieso nauwelijks en alleen op een zo zorgeloos mogelijke toon. Aan de ene kant omdat ik haar niet ongerust wou maken, maar ook omdat ons was verteld dat we niet over de technische aspecten van onze eigenlijke inzet mochten schrijven.

In een brief die ik 's nachts, op wacht was begonnen, had ik bijvoorbeeld gezet: “Ik word de hele tijd gestoord door de radio want er schijnt de één of andere figuur, door ons gebied te rijden die hier niet hoort. Ik schrijf morgen, ik bedoel vanmiddag, wel verder”, maar dat was ook alles wat ik daar toen over te melden had.

In werkelijkheid was er toen de nodige drukte geweest over mogelijke infiltraties bij de plantages aan de kust en er werden verschillende extra patrouilles gelopen om te zien wat er precies gaande was. Uiteindelijk bleek het niets bijzonders te zijn. Alleen een burger die de curfew, (de avondklok) had genegeerd. Door die curfew hoorde er in de nacht, buiten ons, namelijk helemaal niemand buiten te zijn. Iedereen was dus wel alert en via de radio was dat allemaal aardig te volgen. Tenminste, zolang de draagbare zenders aan de kust nog binnen ons ontvangst bereik waren. Dat, was soms echter niet het geval en dan waren alleen de reacties van post of CP duidelijk te horen.

Nu, achteraf kan ik natuurlijk heel gemakkelijk zeggen dat het, rond onze post altijd rustig was. Maar op zulke momenten zit je natuurlijk wel met de spanning van “wat gebeurt er?” Vooral op momenten dat je via de antwoorden die je van post of CP over de radio hoorde, op kon maken dat er wel echt iets gaande was in dat land waar ondertussen wel een echte burgeroorlog heerste.


Tijdens die lange, stille, nachtelijke uren had ik, buiten dit soort momenten om, natuurlijk wel heel veel tijd om van alles te bedenken. Bijvoorbeeld over de situatie waarin ik verzeild bleek te zijn geraakt. Dan bedacht ik bijvoorbeeld dingen als:

"Als iedereen hier, al z'n geld en energie nou eens zou besteden aan het verbeteren van hun wereld. Dan zou het hier vast veel beter gaan. Het punt is alleen dat zij ervan overtuigd zijn dat ze alleen door het winnen van hun strijd, die wereld kunnen verbeterden."

Een belangrijk punt om daarbij op te merken is echter dat de Palestijnen in Libanon, eigelijk alleen maar hun Palestina terug wilden veroveren van de joden die daar, in 1948 de staat Israël hadden gesticht, maar over dat detail had niemand me iets verteld bij m'n militaire opleiding voor Libanon. Dat is trouwens ook een feit dat nu nog steeds buiten beschouwing wordt gelaten als men het over “Palestijnse gebieden” heeft.

Het  Nederlandse leven van vroeger werd daardoor steeds meer iets van toen ik nog een onbezonnen jochie was. Nog in Nederland had ik vooral veel sympathie gevoeld voor Israël omdat dat het land was, waar de joden woonden die in de tweede wereld oorlog, nog aan de gaskamers van Hitler waren ontkomen. Over Palestijnen was bij die opleiding sowieso alleen gesproken in hun hoedanigheid van terroristen waartegen we Israel moesten beschermen. 


Door dit soort gedachtes werd m’n eigen, oude leven in Nederland, langzaam steeds vreemder. Dingen als naar school gaan en dromen over later, met Bert naar de bioscoop of m’n eerste baan, stonden in Libanon zo onvoorstelbaar ver van me af. Het was steeds meer alsof dat, het leven van iemand anders was geweest of misschien een jongensboek dat ik eens gelezen had. 

In mijn nieuwe leven liep ik rond als gewapend militair en zat ik, als onderdeel van een "vredesleger", (Wie heeft trouwens die krankzinnig tegenstrijdige term eigenlijk bedacht) met negen man op een post in een prachtig weids landschap. Het had me ruim 3000 km van huis gebracht naar dat vreemde, mooie land waar vaak wel ergens schoten te horen waren en waar ik me helemaal op m'n plek voelde.

Maar natuurlijk was ik me ook nog wel bewust van het feit dat ik weer een keer terug naar Nederland zou moeten. Een gevoel van naar huis gaan, gaf maar die gedachte  me dat echter niet. Het leven in Libanon was mijn hele wereld en alles daar, draaide om die militaire taak en dat is een, niet met het vrije westen te vergelijken levenswijze, waarin ik me helemaal thuis voelde.